Koken

Koken is het gaar maken van voedingsmiddelen in een kokende vloeistof (tussen de 95 en 100 graden Celsius). Deze bereidingswijze zorgt ervoor dat ingrediënten zachter en lichter verteerbaar worden. Het werkwoord koken wordt ook gebruikt als algemene term voor allerhande handelingen in de keuken.

Groenten een aardappels worden gekookt in water met zout. Het zout trekt niet in de groente of aardappel en het heeft dan ook niet direct invloed op de smaak. Het zouten van het water heeft tot nut dat het zout ervoor zorgt dat het zout dat zich van nature in de groente en aardappel bevindt niet verdwijnt in het kookwater. Groente verliest tussen de 20 en 50 procent van de vitamines bij het koken. Kook daarom niet langer dan nodig in weinig water. Pasta moet in ruim kokend water worden gekookt. De grote hoeveelheid water zorgt ervoor dat de temperatuur niet teveel daalt bij toevoeging van de pasta. Reken 1 liter water en 10 gram zout voor 100 gram pasta en voeg het zout past toe als het water begint te koken. Haal de pasta uit het kokende water als het beetgaar is. Dat wordt ook ‘al dente’ genoemd. Pasta is beetgaar als het zetmeel in de kern van de pasta nog niet klaar is met vocht opnemen.

Lees ook

  • Wassen
    Groente wordt voor de bereiding gewassen om er zeker van te zijn dat ze schoon zijn van zand, aarde en insecten. Het is niet veilig om groente ongewassen te verwerken. Gr
  • Canneleren
    Canneleren is het opleuken van eten door een ribbel- of ruitpatroon of ander patroon aan een voedingsmiddel (bijvoorbeeld een citroen, tomaat, komkommer) aan te brengen m
  • Aanbraden
    Aanbraden houdt in dat je vlees, vis, wild of gevogelte rondom snel schroeit in boter, olie of ander bakproduct. Bij een temperatuur boven de 200 graden Celsius verandert