Wij gebruiken cookies o.a. om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je relevante advertenties ziet. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op akkoord te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op deze site. Akkoord
Limburgse vlaai, basisrecept recept
Limburgse vlaai, basisrecept recept

Limburgse vlaai, basisrecept


Ingrediënten


Bereidingswijze


Verwarm de oven voor op 35º C.

De gist:
Doe de melk in een kommetje en maak die handwarm in de magnetron. (ca 30º C)
Los daar vervolgens een dessertlepel suiker in op en de verse gist.
Zet het op een warme plaats terzijde zodat de gistcellen kunnen ontwaken en beginnen zich te vermeerderen. Dit vormt tamelijk wat schuim dat over je kommetje heen kan lopen indien je kommetje te klein is. Houd daar rekening mee o. a. door het kommetje niet te klein te kiezen, het op een veilige plek weg te zetten en af en toe even door te roeren waarbij het schuim weer wordt opgelost.
Terwijl deze giststarter aan het werk gaat, doe jij dat ook met het deeg.

Het deeg:
Maak je werkblad goed schoon. Strooi daar eerst het snufje zout op en maak daar bovenop een bergje van de gezeefde bloem. Gist en zout zijn geen vrienden van elkaar; zorg dus dat deze niet direct met elkaar in contact komen. Uiteindelijk gebeurt dat natuurlijk toch, maar pas later in het proces, wanneer zowel het zout als de gist al behoorlijk verdund zijn door alle overige ingrediënten.
Draai met je hand een flink kuiltje in het hart van dit bergje bloem, waar je zo meteen de overige ingrediënten allemaal in kunt storten, zonder dat het overloopt. Maak het kuiltje dus niet te klein. Het bergje bloem vormt een wal rondom dit kuiltje dat verhindert dat de overige ingrediënten over je werkblad uitlopen.
Doe de boter, suiker en eidooier in het kuiltje en begin dit voorzichtig met de hand of met een vork onder elkaar te zetten en meng een beetje van het omringende bloem mee.
Voeg geleidelijk de giststarter toe en kneed verder, steeds meer van de bloem erbij voegend.
Kneed nog even goed door totdat je een mooie gladde deegbal hebt. Mocht je deeg onverhoopt iets te droog of te kleverig zijn, voeg dan naar eigen inzicht nog een beetje melk of bloem toe.
Dek het deeg af met een vochtige doek en zet het weg in de op 35º C voorverwarmde oven of op een andere warme, tochtvrije plek om te rijzen. Het volume moet ongeveer 2x zo groot worden. Dit duurt ongeveer ½ uurtje maar het kan best wat langer of korter zijn, afhankelijk van allerlei factoren zoals de kwaliteit van de gebruikte gist.

Bereid ondertussen je vlaaivorm voor. Neem een stalen vlaaivorm van ca. 28 à 32 cm doorsnede met een gladde, opstaande rand. Bij Limburgse vlaai hoort eigenlijk geen gegolfde rand, maar als je geen andere vorm hebt kan dat ook wel. Een vlaaivorm met losse bodem geniet de voorkeur omdat je daar straks gemakkelijker de afgebakken vlaai uit kunt halen. Maar met een vaste vorm gaat het ook prima.
Leg een klein klontje boter in de vlaaivorm en plaats hem even in de oven die je op 35º C hebt voorverwarmd. De boter is nu lekker zacht geworden en kan gemakkelijk met een kwastje worden uitgesmeerd. Beboter de binnenkant van de vlaaivorm royaal met boter, waarbij je de opstaande rand zeker niet vergeet.

Na het rijzen kneed je het deeg nog even met de hand door en verdeel je het deeg in 2 bollen van ca. 200 gram resp. 100 gram.
Van de grotere bol maken we de bodem van de vlaai; van de kleinere bol het deksel.
Bestrooi je werkblad licht met bloem en ook je deegroller. Rol de grotere bol uit tot een platte schijf die net iets groter is dan je vlaaivorm.
Vouw hem dubbel en daarna nog een keer dubbel. Til hem voorzichtig op en leg hem in de beboterde vlaaivorm. Klap hem weer uit en druk hem rondom goed aan tegen de opstaande rand. Verwijder het deeg dat boven de rand uitsteekt door het naar buiten te vouwen en op de scherpe bovenrand te drukken. Voeg dit restje deeg bij je 2de bol. Rol die ook alvast wat uit tot een niet te dunne plak van ca. 23cm doorsnede. Later rol je hem nog verder uit maar nu even niet zodat je hem nog goed kunt oppakken. Leg een velletje bakpapier op het deeg in de vlaaivorm en leg hier deze 2de plak op. Dek het geheel weer af met een vochtige doek en plaats voor de 2de rijs weer ½ uurtje in de warme oven van ca. 35º C. Het deeg moet weer ongeveer 2x zoveel worden.

Haal de vorm na ½ uur uit de oven en verwijder de 2de plak deeg en het bakpapier.
Prik met een vork een patroon gaatjes in de bodem van het deeg zodat er geen bobbels ontstaan als gevolg van ingesloten luchtbellen: totaal ca. 15 keer inprikken.
Bestrooi het deeg lichtjes met paneermeel om straks het vocht uit de fruitvulling op te nemen. Zo wordt het deeg niet zompig door het vruchtennat maar lekker knapperig.
Verwarm de oven alvast op tot 210º C.

Verdeel nu de fruitvulling over de deegbodem.
Limburgse vlaai hoort altijd compleet met vulling en deksel in de oven te worden afgebakken. Je bakt dus niet eerst de bodem die je dan later vult met fruit of iets dergelijks. Omdat de bodem dan niet door de vulling wordt beschermd tegen de bovenwarmte wordt hij al snel te droog en te hard. Je kunt daar dan wel weer de baktijd en baktemperatuur op aanpassen maar dit valt buiten het kader van Limburgse vlaai.

Bestrooi je werkblad en deegroller opnieuw met wat bloem en rol de 2de plak deeg uit tot een dunne plak die groot genoeg is om je vlaaivorm te bedekken.
Snijd hier met een scherp mes ca. 0,6cm brede repen van.
Bevochtig de rand van de vlaaibodem met een kwastje en een beetje water zodat het deksel hier beter aan plakt.
Leg de repen deeg op de fruitvulling met een tussenafstand van ca. 1 cm.
Breng een eerste serie repen aan over het gehele oppervlak van de vlaai.
Daarna een 2de serie repen die een hoek van 45º maken met de 1ste serie. Zo ontstaat een deksel op de vlaai in een opengewerkt ruitjespatroon. Druk ze lichtjes aan op de deegrand. Verwijder de eventueel over de rand uitstekende reepjes deeg.

Vind je dit teveel werk, dan kun je ook enkele grotere gaten in de uitgerolde lap deeg maken, naar eigen artistiek inzicht. Leg deze lap dan als deksel op je vlaai. Verwijder weer het deeg dat over de rand uitsteekt.

Klop een ei los met een klein scheutje melk en bestrijk met een kwastje de rand van de vlaai hiermee voor een mooie glans.

Bak de vlaai in ca. 25 minuten af bij een temperatuur van 210º C door hem op een rooster in het midden van de oven te plaatsen.
Haal de vlaai uit de oven en laat hem enkele minuutjes afkoelen.
Haal hem dan voorzichtig uit de vorm.
Heb je een vlaaivorm met losse rand dan gaat dat al heel gemakkelijk.
Heb je een vlaaivorm met vaste rand, ga dan als volgt te werk:
Snijd met een scherp mes rondom de vlaai los van de opstaande rand. (Daarom gebruiken we liever een gladde rand en geen geplooide)
Leg een vel aluminiumfolie en een taartrooster boven op de vlaai.
Draai het geheel snel om en neem nu voorzichtig de stalen vorm van de vlaai af.
Neem een 2de taartrooster en draai de vlaai weer terug in zijn normale positie.
Laat hem nu verder afkoelen.

Garneer ev. met poedersuiker of grove kristalsuiker.

Serveersuggesties

Variatie: Wil je een vlaai bakken zonder deksel, neem dan van alle ingrediënten ca. 2/3 deel van bovenstaande hoeveelheid en verkort de baktijd met ca. 5 minuten. Tip: Bewaar de vlaai op een koele plaats maar niet in de koelkast. Voor het opdienen op kamertemperatuur laten komen of zelfs heel even in de oven opwarmen: 3 minuten op 140º C.

Allergenen Informatie

Voor dit limburgse vlaai, basisrecept recept heeft MijnReceptenboek.nl uitgebreide allergenen informatie beschikbaar. Heeft u last van een allergie? Bekijk dan de allergeneninformatie.

Mijn Recensie

Heb je dit recept al gemaakt? Deel het dan nu met ons! Was het lekker? Heb je nog tips voor de bereiding van dit recept? Deel het met ons en wij maken dit recept samen nog beter.

Zelf een recensie plaatsen

Inloggen
Gebruikersnaam
Wachtwoord
Kookwekker(s)
    Meedoen!

    gratis tas

    bij invoer van 5

    eigen recepten!

    Gratis Inschrijven