Lekker met je handen eten terwijl je ergens op bezoek bent kan eigenlijk alleen maar als er roti wordt geserveerd. Laatst heb ik dat dan ook ongegeneerd gedaan toen een vriendin mij uitnodigde voor een Surinaamse roti-avond. Mij hoor je niet klagen. Ondanks de gele kerrie-handen. Maar daar heb je zeep voor.
Het staat niet zo vaak bij mij op het menu, maar dat is niet omdat ik het niet lekker vind. Ook niet omdat het zo moeilijk is om te maken trouwens, want het is vrij simpel: aardappels met kousenband (of boontjes, als 't niet anders kan), pepertje, kip en natuurlijk de roti zelf, oftewel de 'pannenkoek'. En dat alles gekookt met die smakelijke masala kerrie. Het kost iets meer dan een uur, maar dan heb je ook écht wat.
Wat ben ik blij dat de Surinamers dit gerecht uit hun land hier hebben geïntroduceerd. De exotische variant op 'aardappels, groente, vlees' heeft zo veel meer smaak dan onze saaie, in deze vergelijking haast smakeloze Hollandse pot.
En dan met een extra extraatje in de vorm van de roti, die ik overigens niet zelf vervaardig. Net als bij bladerdeeg en croissantdeeg is ook rotideeg een vrij tijdrovend en nauwkeurig karweitje. En uit ervaring weet ik dat het eindresultaat dan over het algemeen niet veel beter smaakt dan het diepvriesproduct van de toko. Ik richt me liever op de malse kip en de pittige aardappeltjes. En wat trouwens ook niet mag ontbreken bij de Surinaamse roti is zo'n lekker kerrie-eitje dat even in de pan heeft meegeprutteld.
Maar om even op mijn eerdere opmerking terug te komen: u vraagt zich vast af wat dan de reden is dat ik het niet zo vaak eet? Omdat het een gerecht is dat je met wat meer mensen moet nuttigen. Niet in je eentje of met z'n tweeën, maar gewoon gezellig met minstens een man of vier. Lekker met z'n allen die roti door de kerriesaus halen, nog een keer opscheppen en het bord met de vingers aflikken. En daarna eensgezind de gele handen wassen.