Fijn. Krijg je een emmer vol vlierbessen cadeau, leg je bijna het loodje. Blijkt dus dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bos-, aal- of zwarte bessen, vlierbessen beter niet rauw kunnen worden gegeten omdat onze magen daar niet op zijn gemaakt. Sterker nog, het is zelfs licht giftig.
Ik had het niet gezocht achter die kleine zwarte besjes, maar ze kunnen voor heel wat narigheid zorgen als je de hele handel vers van de boom naar binnen werkt. Terwijl vogeltjes het 'fluitend' opeten, kan de stof sambunigrine bij ons - ik hou het netjes - het hele darmstelsel op hol brengen. Vooral de zaden zorgen voor grote problemen. Niet doen dus.
Toch zijn vlierbessen geliefd. Je kunt er namelijk lekkere sap, jam of siroop van maken. Je moet het alleen wel goed doorkoken en de pitten eruit zeven. Het levert een pittige smaak op en is lekker in combinatie met bijvoorbeeld kruisbessenjam. Net weer wat anders dan normaal dus. Maar wat het van oudsher pas echt populair maakt, is de geneeskrachtige werking die de plant wordt toegedicht. Vooral bij verkoudheid schijnt het heilzaam te werken. De bessen bevatten namelijk veel vitamine (C) en de bloesem werkt, nadat het even heeft getrokken in water, verzachtend bij keelpijn.
De vlierbes is overigens lang niet de enige bes die tot minder fijne dingen kan leiden als je niet uitkijkt. De meest normaal uitziende bessen zoals die van de wolfskers, een peperboompje of hulst kunnen namelijk al bij inname van een paar exemplaren leiden tot een wisse dood. Dus als ik ooit nog eens op de fiets verdwaal (wat niet geheel onwaarschijnlijk is) terwijl ik geen lunchpakketje bij me heb, en ik ben in een uitgestorven gebied (wel onwaarschijnlijk), dan hou ik het wel bij bramen, frambozen en bosbessen. De rest, hoe lekker het er ook uitziet, laat ik links liggen en zie ik misschien nog een keer in een veilig te verorberen jam terug.